Beroep: veertiger van Leiden Phillip van Lanschot was als zoon van een immigrant in Leiden terecht gekomen, waar hij in zeer korte tijd tot de Heeren van Stand van de stad Leiden behoorde. In 1593 , zes jaar na de opname in de Vroedschap van Leiden bekleedde hij reeds een buitenambt. Hij stichtte een dynastie die pas in 1771 uitstierf, toen de zesde vertegenwoordiger in dit college ongehuwd overleed. Hij vestigt zich tussen 1573/78 te Leiden, mogelijk komende uit Antwerpen. In 1578 was hij luitenant van de schutterij te Leiden. De stadhouder (’luitenant’) was oorspronkelijk de uitvoerende plaatsvervanger van de landsheer in de provincie. Hij was verantwoordelijk voor de gewestelijke militaire bevelvoering, de verdeling van ambten en de openbare orde. In Leiden was hij in 1578 rotmeester, in 1585 veertigraad, in 1589-1591 schepen, in 1596-1597 gecommitteerde Raad in Financiën, in 1593 en 1597 lid van de Hollandsche Rekenkamer, in 1618 vierde vroedschap in rang, en in de jaren 1588, 1589, 1593, 1594 en 1596 regent van het Sint Catharijne gasthuis. Phillips trouwt in augustus 1565 met Maria van den Bogaert, geboren in 1540, gestorven te Leiden op 16 mei 1595, dochter van Cornelis en Maria Boot(s). Hij woonde Warmoesstraat, Amsterdam. Phillips is gestorven te Leiden 31 dec. 1620.
Notities geboorte
Bronnen spreken elkaar tegen, geboren im 1535 of 1539.