Frederik is volgens P. van Lawick van Pabst kinderloos gestorven. Dat komkt ook overeen met het feit dat zijn zus Josina een van zijn erfgenamen was (zie akte hieronder).
Bron P. Lawick van Pabst. Geboortedatum geschat aan de hand van (geschatte) geboortedatum van vader Maximiliaan.
Volgens een akte van 5 juni 1652 is Frederik dan overleden, en was hij bij leven "kapitein van een compagnie voetknechten ten dienste van deze Landen".
Archief Notariële akten (Rotterdam), inv. nr 339 Josina van Lauwyck, weduwe van de overste Roosenkrans, dat de overleden Frederyck van Lauwyck, capiteijn van een compagnie voetknechten ten dienste van deze Landen, op 1-10-1644 ten behoeve van Johan Casembroot, schepen, een obligatie van 3000 gulden heeft getekend en die als pand gesteld heeft voor een obligatie ad 3400 gulden ten laste van 't Gemene Lant ten kantore van de ontfanger-generaal Johan van Bockel op naam van Frederick van Geldermalsen op 1-3-1644.
Zij transporteert, als mede-erfgenaam van de voornoemde Frederyck van Lauwyck en voor de andere mede-erfgenamen, de obligatie ten laste van 't Gemene Lant aan Johan Casembroot ter voldoening van de voornoemde obligatie van 3000 gulden.
Zij zegt de overige 400 gulden bij de ontvanger gelaten te hebben zodat de kosten betaald zijn.