In stukken uit 1442, 1452, 1464, 1468 en 1470 is sprake van een Jorden Willemsz.
In 1442 treedt hij samen met o.a. Jorden vander Lawick, Deric vander Lauwick en Jorden vanderLauwick Jordensz toe tot een in 1441 gesloten verbond tussen de hertog (van Gelre) en de drie kwartieren van Nijmegen, Zutphen en Arnhem.
In een zoenbrief uit 1452 wordt Jorden, zoon van Willem, genoemd als een van de "neven, mageh ende zwagherlingen" van de in 1445 vermoorde Jorden van Lawick.
In 1464 is Jorden gerechtsdienaar. In 1468 is hij ambtman in Overbetuwe
In 1470 verkoopt hij samen met zijn vrouw Nella een stuk land.
In 1474 is er een Jorden van Lawick schepen in Wageningen en in 1476 burgemeester. Verondersteld mag worden dat dat deze Jorden van Lawick Wilemszoon is.